All in: Al je fiches inzetten. Aces up: 2 paar waarvan 1 paar met de aas is. Active Player: Een speler die nog deel uit maakt van het spel. Ante:
Verplichte inzet buiten de blinds om. All Blue: Een flush van alleen schoppen of alleen klaveren All Pink: Een flush van alleen ruiten of alleen harten.
Bad beat: Wanneer een sterkte hand onverwacht wordt verslagen door een slechtere hand. Bankroll: Bedrag dat op je pokeraccount staat (Online poker). BB: Big Blind, De grootste blind, bevind zich 2 plaatsen verder dan de dealerbutton. Belly Buster: Ander woordt voor inside straight draw. Bet: Inzetten Blank: Een kaart met geen waarde voor een hand. Bluffen: Inzetten met een slechte hand en doen alsof je een sterkte hand hebt. Boat: Ander woordt voor full house. Button: Geeft aan wie de dealer is. Zo kan je ook zien wie de SB & BB zijn. Buy In: Inzet die je moet doen om aan een toernooi mee te doen.
Callen: Meegaan met de bet/raise van een tegenstander. Calling Station: Iemand die bijna alles callt en daarbij af en toe nog raist. Chase: Met een kaart spelen die waarschijnlijk slechter is dan de kaart van een ander.
Checken: Niets inzetten, dit kan alleen als niemand voor je nog een bet geplaatst heeft. CO: Cut-Off, de plaats voor de dealerbutton. Cold Call: Het callen van een geraisde inzet. Collusion: Valsspelen door twee spelers, door informatie te delen. Connectors: Twee opvolgende kaarten, bijv 9/10 (hoeft niet suited te zijn)
Dead Blind: Big blind neerleggen voor dealing, om weer mee te doen aan het spel. Dead Hand: Een hand die niet meer aan het spel meedoet.
Deal: Het schudden, delen en openen van de kaarten. Down Cards: De kaarten die de speler gedeeld krijgt. Draw: Een kans ergens op hebben, bijvoorbeeld een straat/flush. Drawing Dead: Welke kaarten er ook komen, je kan niet meer winnen. Drop: Je hand folden
Facecard:
Een koning, vrouw of boer.
Face Up: Gedeelde kaarten die zichtbaar zijn voor alle spelers.
Fish: Slechte speler die te veel handen speelt. Flop: De eerste drie kaarten die op tafel komen. Flush: Vijf kaarten van dezelf soort. Bijvoorbeeld 5 schoppen. Fold: Je hand weg gooien. Four of a kind: Vier kaarten van dezelfe waarden. Bijvoorbeeld: 8 8 8 8 Freeroll: Toernooi zonder Buy in/startgeld Full House: Een three of a kind en een paar. Bijvoorbeeld 9 9 9 2 2
Graphics:
De grafische kunst in een pokerroom inclusief de tafel, stoelen, kaarten en chips.
Gutshot: Je mist nog een kaart in het midden voor een straat. Bijv. de 5 in 3467.
Hand: Een set kaarten die gebruikt wordt door een speler tijdens een enkele ronde.
Heads up: Één tegen één spelen. High hand: De beste hand.
Hole Cards: De kaarten die de speler gedeeld krijgt.
iDeal: Nieuwe betaalmethode voor online poker. In: Een term voor een actieve speler, iemand die nog niet gefold heeft. Inside Straight: Je mist nog een kaart in het midden voor een straat. Bijv. de 5 in 3467.
Little blind: De eerste en kleinste inzet. Live blind: Een verplichte bet die wordt ingezet voordat de kaarten worden gedeeld.
Longhand: Poker met 10spelers aan tafel. Loose: Te veel handen spelen.
Main Pot: De pot waar iedereen kans op heeft buiten de sides-pot.
Midden Positie: Tussen de eerste speler die mag checken/betten en de dealerbutton in. Muck: Een hand weg doen zonder dat de tegenstander je kaarten te zien krijgt Multi-Table-Toernooi: Toernooi met minimaal 20spelers en 2 tafels.
Netteller: Online bankrening die veel wordt gebruikt voor online poker. Nh: Afkorting voor Nice Hand. NL: No Limit, maakt dus niet uit hoeveel je inzet bij een bet. Nuts: De beste hand die te combineren is met de kaarten op tafel. Dan weet je zeker dat je wint.
Odds: De kans dat je een bepaalde hand krijgt. One on One: Heads up. Één tegen één spelen. Op de button: Als je de dealerbutton hebt. In de dealerpositie zitten. Open ended: Vier opeenvolgende kaarten waarbij je de 5de nog nodig hebt. Bij 4567 dus de 3 of 8.
Pass: Kan in verschillende contexten check of fold betekenen.
PL: Pot Limit. Play Chips: De chips die worden gebruikt in play money games. Chips zonder waarden. Play Money: Nep geld bij online poker. Playing the Board: De gemeenschappelijke kaarten gebruiken om de beste hand te maken. Pocket Pair: Een paar in je handen krijgen voor er kanten op tafel liggen. Bijvoorbeeld 4/4.
Raisen: De bet van iemand voor je neerleggen en er nog een eigen bet bij doen. Rake: Het geld in chips, die door "the house" wordt ingehouden voor servicekosten in een ringgame als een pot een bepaalde waarde krijgt. Read: Je tegenstander kunnen lezen, weten wat voor een kaarten ongeveeer moet hebben. Re-buy: Om meer chips te kopen tijdens een spel, niet mogelijk tijdens een hand waar u aan meespeelt. Dit geldt voor ringgames en voor toernooien.
Reducing: Het weggaan van een tafel om daarna terug te komen met minder chips. Reducing wordt gezien als slecht gedrag.
Reraisen: Na een raise nogmaals verhogen. River: De laatste kaart die op tafel komt, na de flop (3) en de turn (1). Rock: Erg tighte speler. Royal Flush:
Hoogst haalbare hand die er is. A, K, Q, J, 10 van de zelfde soort.
Small Blind: De eerste blind na de dealerbutton. Shark: Goede speler die zich onervaren voor doet. Showdown: Het openleggen van de kaarten na de laatste ronde. SNG: Toernooi met 10 deelnemers aan één tafel. Stack: Hoeveel chips/geld dat je nog op tafel hebt. Straat: Vijf op een volgende kaarten. Bijvoorbeeld: 34567 Straight: Zie straat.
Sit out: Tijdelijk niet deelnemen aan de tafel. Suit:
Vier verschillende soorten kaarten in een deck (Klaver, Ruiten, Harten, Schoppen).
Suited: Kaarten van dezelfe soort. Swings: Verschillen tussen de winnende en verliezende rondes.
Table Image: Het beeld wat andere mensen over jou hebben aan de tafel. TAG: Tight Agressive Poker. Iemand die agressief maar strak pokert. Three of a kind: Drie dezelfde kaarten. Bijvoorbeeld: 9 9 9 Tilt: Slecht spelen, meestal door het verliezen van grote slag. Tptk: Top pair met een top kicker. Trips: Andere naam voor three of a kind. Turn: De vierde kaart op tafel, na de flop (3).
Under-raise: Dit komt voor, wanneer een speler een raise maakt na een bet, maar niet genoeg heeft om de hele raise te maken en all-in moet gaan.
Under the Gun: De eerste speler mag zeggen of hij checkt/bet. Up Card: Een kaart die open in het midden van de tafel wordt gedeeld zodat elke speler hem kan zien.